onderzoek

Verse cultuurplekken, voor iedereen, door iedereen

Tekst / Inge Van De Walle

Nieuwsgierig landt OP/TIL in Antwerpen bij Endeavour, bureau voor sociaal-ruimtelijk onderzoek en cocreatie. Zij tekenen zelf geen gebouwen, maar denken processen uit die de kennis van burgers over hun leefwereld bovenhaalt. Een plan voor pakweg het cultuurhuis wordt niet enkel op de banken van het college besproken, maar vanuit een sterke dialoog met gebruikers. Hun aanpak gaat verder dan de klassieke participatie met infomomenten en vergaderingen. Het uitgangspunt rond ruimte is zo inclusief mogelijk werken en niet enkel met de happy few.

Hun baseline is dan ook: for everybody, by everybody.

An-Sofie en Inge van OP/TIL peilen bij Sophie Leroy en Jan Denoo naar hun do’s and don’ts om ruimte voor cultuur in te vullen. 


Ontwerpers in een nieuwe rol

Sophie: “De aanzet voor Endeavour was het uitblijven van sociale meerwaarde in ruimtelijke projecten, er was minder of geen aandacht voor participatie van de eindgebruiker. Ondertussen reserveert de overheid vaak een budget voor participatie binnen ruimtelijke opdrachten. Er zijn ook meer professionele actoren zoals wij,  die een meer onafhankelijke en verbindende positie kunnen innemen. Wij staan tussen ontwerpers, overheden en eindgebruikers.”

“In al onze projecten werken we op het snijvlak van het sociale en het ruimtelijke. We hebben allemaal een achtergrond in architectuur of stedenbouw, maar er zijn ook sociologen en sociaal geografen in het team. Wij zetten heel wat diverse projecten op, zowel onderzoek als coaching van participatietrajecten bij lokale besturen. Dat gaat over uiteenlopende thema’s zoals de kindvriendelijke stad, duurzame en sociale woonomgeving tot energietransitie, breder dus dan ruimte in de enge zin maar met een koppeling naar leefbaarheid. We hebben ook een aantal projecten begeleid in het lokaal cultuurbeleid. Zowel bij vrijetijdscentrum De Kruierie in Balen als in Hoogstraten hebben we doorgedacht over een cultuurhuis als derde plek

Participatieworkshop, Endeavour


Projecten voor een lokaal bestuur

Sophie: “Bij lokale projecten coachen we vaak de ambtenaren in interdisciplinair samenwerken. In het voorbeeld van Hoogstraten gaat het over allemaal verschillende diensten die hun eigen visie hebben of hun eigen manier van werken. Het nieuwe gebouw in Hoogstraten zal het gemeenschapscentrum, de hoofdbibliotheek met makerspace, de Academie voor Muziek en Woord Noorderkempen en Toerisme Hoogstraten integreren.”

“Zij werkten samen aan een nieuwe werking en visie, gebaseerd op het concept van de ‘derde plek’. Waarbij de cultuurplek tegenover de eerste plek (je thuis) en de tweede plek (je werk) staat. Maar ze stonden daarbij niet per se allemaal op dezelfde lijn, ze hebben ook niet dagelijks contact met elkaar. Dat vraagt een aanpak en tijd om die op een lijn te krijgen. Wat is vandaag de ambitie? Waar willen we morgen naartoe? Je mag ook niet te hard in snelheid gaan als er vanuit het ontwerp nog geen gemeenschappelijke basis is. Op een bepaald moment gaat het dan over budgetten. Dat zijn ook altijd moeilijke gesprekken. Om die verschillende verwachtingen op tafel te krijgen, is een goed traject nodig.

Als het dan concreter wordt over gebouwenbeheer, moet je ook praten met verschillende verenigingen en organisaties die ruimtes gebruiken. Zoals de lokale fanfare of erfgoedorganisaties. Die hebben ook wel allemaal een andere manier van werken. Dat kan via een online enquête of via een interactieve workshop. We  vragen ons af wat dit project betekent voor de persoon die aan de balie zit. Welke problemen ondervindt die in de bestaande ruimte?  Het zijn dus  veel diverse gebruikers die uiteindelijk samenzitten. Het proces op zich is het doel: iedereen mee laten nadenken en gedeelde waarden vastleggen in een gezamenlijk ambitiekader.  Ze moeten het daarom niet over alles eens zijn met elkaar.


Plekken als motor en rem

Endeavour is een buitenbeentje en niet onder één noemer te vangen. Het is een werkerscoöperatie (onder andere een onderneming waarvan ‘de werkers’ de eigenaars zijn) die ook via activisme het engagement van burgers ondersteunt. Leegstaande winkels, oude kerkgebouwen, treinstations, een oud kantoorgebouw … Endeavour gaat samen met burgers, organisaties en eigenaars op zoek naar een zinvolle, haalbare invulling van leegstaande panden. 

Hun aandacht voor de burger als ‘projectontwikkelaar’ begon in 2015, toen de Antwerpse politietoren ‘Den Oudaan’ te koop stond. De architecten van Endeavour startten een Facebookgroep op, ‘We kopen samen den Oudaan’, die veel bijval kreeg. Er ontstond een burgerbeweging die ‘bottom-up’ een invulling gaf aan het iconische gebouw. Ondertussen is de Oudaan verkocht aan een projectontwikkelaar, maar voor Endeavour was het duidelijk: Burgers willen vorm geven aan hun omgeving. Zo ontstaan onverwachte samenwerkingen tussen burgers onderling en tussen burgers, ondernemers en lokale besturen. 

Sophie: “Plekken kunnen burgers motiveren en inspireren, maar ze kunnen ook nieuwe drempels creëren. Op vraag van Socius  gingen we in gesprek met zeven burgerinitiatieven op evenveel plekken, over hoe nieuwe sociaal-culturele plekken ontstaan. We verkenden de manier waarop burgerinitiatieven inspelen op ruimtelijke uitdagingen. Vanuit de gesprekken trokken we zeven lessen over de rijke en krachtige relaties tussen burgerinitiatieven en plekken.”


“Plekken maken voor ons ook ontmoetingen en samenwerkingen mogelijk en functioneren als leerplekken. Voor het project The Feminine City zijn we vertrokken vanuit de binnentuin in de Permeke Bibliotheek in Antwerpen. Elke donderdagmorgen komt een diverse groep vrouwen uit Antwerpen-Noord er samen met medewerkers van SAAMO, de bibliotheek of het Red Star Line Museum. Samen gaan deze vrouwen aan de slag om de binnentuin mee vorm te geven. Endeavour onderzoekt daarbij hoe we hun inzichten over een vrouwelijke, eigen plek kunnen capteren en wat deze betekenen voor de stad. Hierbij willen we verder gaan dan veiligheid en toegankelijkheid, verlichting, sociale controle, de vormgeving van stadsmeubilair, toegankelijkheid voor buggy’s en rolstoelen. Door emoties, taal en ervaringen van de vrouwen te delen, linken we niet alleen naar de stad, maar ook naar de  projecten vanuit de bibliotheek, het museum (dat inzet op migratieverhalen) en SAAMO. Uiteindelijk komen we zo samen tot  antwoorden op de vraag: Hoe maak je publieke ruimte vrouwvriendelijk zodat ze een meerwaarde betekent voor de hele stad? Om zo ook andere steden en gemeenten te inspireren.”

‘We kopen samen den Oudaen’, Endeavour © Eric de Mildt


Slim verbinden

De ruimte voor cultuur staat in veel gemeenten en steden onder druk. Er zijn grote  maatschappelijke transities die impact hebben. Denk maar aan de bouwshift en het vrijwaren van de open ruimte. Ook binnen het (boven)lokaal cultuurbeleid zullen we sterker moeten inzetten op hernieuwbare energie, duurzame gebouwen, het delen van de beschikbare ruimte en het hergebruik van ruimte. Allemaal thema’s waar ook Endeavour cocreatief onderzoek rond doet.

Jan: “Stadsgebouwen 1.0 zoals het gemeentehuis, de school en het buurthuis kampen met veel uitdagingen. Niet enkel hun gebouw maar ook hun functie is verouderd door nieuwe noden van de samenleving. Wij werken in Gent op die problematiek in het traject rond stadsgebouwen 2.0, maar dit geldt ook voor infrastructuur in kleinere gemeenten.” . 

“Er is een hele tijd gebouwd vanuit de gedachte: één functie, één gebouw. Nu is dat niet meer mogelijk, we moeten ruimte delen. Dat mag niet enkel een soort van Exceloefening zijn, waarbij je je afvraagt hoeveel vierkante meter een organisatie nodig heeft. Je moet gaan zoeken naar slimme inhoudelijke connecties. 

Als je functies samenvoegt, ga je ook je publieken mixen. En je creëert meer ruimte voor toeval. Bijvoorbeeld zoals SESC Pompeia in São Paulo. Dat is een grote coöperatie van culturele instellingen, maar je kan daar ook gewoon gaan eten in het sociaal restaurant, er is een muziekschool en veel sportinfrastructuur. Dat is een mega project en dat is niet overal te realiseren.”

“Je kan ook ogenschijnlijk saaie dingen zoals bijvoorbeeld sleutelbeheer van een gebouw gebruiken om nieuwe kansen te creëren bv. met sleuteldragers. Sleuteldragers openen een gebouw, geven praktische informatie mee aan de gebruiker en sluiten na afloop af. Die sleuteldragers kunnen bewoners zijn uit de buurt. Bewoners krijgen de vrijheid om culturele en andere ruimtes zelf te gebruiken, meer spontaan, zonder formele subsidieaanvragen. Zo breng je dienstverlening dichter bij je gemeenschap. Je ‘perforeert’ je instellingen, je zet je ruimte letterlijk open, zowel op het vlak van programmatie als op vlak van beheer. Dat is verregaand mede-eigenaarschap voor burgers en organisaties creëren.”


Andere beheersmodellen voor cultuur

Culturele organisaties beschikken vaak over eigen infrastructuur, maar hebben te weinig middelen voor exploitatie of verduurzaming.  Samenwerking met andere overheden en/of private partners is noodzakelijk. Jan Denoo vindt dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft in het creëren van ruimte voor cultuur, maar evengoed is het aan de cultuursector om te zoeken naar nieuwe coalities en samenwerkingsmogelijkheden.

Jan: “Er is veel concurrentie tussen culturele organisaties, want de financiële middelen zijn beperkt. De positie en kracht van culturele instellingen hangt erg samen met de plekken van waaruit ze kunnen werken. Over die plek moeten ze vaak onderhandelen met een lokale overheid.”


“Je ziet daar toch een shift gebeuren, waarbij al die organisaties die op een plek zitten zich verenigen in een overkoepelende vzw of een coöperatie. Ze komen dan ook vaak naar buiten als geheel, ook voor hun publiek. In plaats van een niet al te sterk contract met de aparte organisaties komt er een ruimer, beter onderhandeld contract. Zo komen organisaties op één plek in een andere positie terecht ten aanzien van de stad. Dat zorgt voor meer solidariteit onderling, voor meer mogelijkheden tot autonoom werken, als de lokale overheid hierin mee wil. Wij begeleiden als Endeavour cultuurorganisaties niet enkel inhoudelijk om een sterk verhaal op te zetten, maar ook financieel of juridisch.”


Herdenken van ruimte vraagt tijd

Jan: “Het vraagt moed om te zeggen: Ik neem de tijd om te reflecteren. In plaats van  in je volgende productie of programmatie te schieten.

“We gaan dat nu met Stadsform in Antwerpen ook doen. Endeavour organiseert in Stadsform in Antwerpen events rond stedelijke vraagstukken. We zullen  een paar maanden een pauze of vertraging in ons programma inlassen. Om goed te evalueren. Dat kan ook bij cultuurorganisaties of in een cultuurhuis.”

“De kwaliteit, de winst die je daar uit kan halen, is heel groot. Om daarna ook dubbel zo hard terug te keren. Niet in werkuren hopelijk, maar wel qua kwaliteit. Je hoeft niet altijd op elk moment die grote output te verwachten. Ook tijd nemen om te reflecteren, is te verantwoorden. Een stap terug dus, net om toekomstgericht te denken.”

Verbindende to do's & verhalen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.